Hertogsingel 10  ·   NL-6214 AD Maastricht  ·  T +31 43 3257778  ·  F +31 85 0090730  ·  E 



Ontwikkelingen in het recht, wellicht interessant voor u, vindt u op deze pagina. De berichten hieronder kunnen niet een advies aan u of een inschatting van uw situatie vervangen. Mocht u advies of een oriënterend gesprek wensen, neem dan contact op.

Digitaal procederen. In civiele zaken is het nu nog gebruikelijk om dikke papieren dossiers bij te houden en ontkom je er vaak niet aan om vele producties in veelvoud op te sturen naar de rechtbank. Die papieren dossierstukken zijn niet meer van deze tijd en dat heeft de Nederlandse Staat ingezien.
Het werd tijd: als alles volgens plan gaat wordt digitaal procederen in de loop van 2016 verplicht voor professionele partijen of partijen die zich door een gemachtigde laten bijstaan. Natuurlijke personen die niet vertegenwoordigd worden mogen (voorlopig) nog met papier procederen.
Op dit moment is het in sommige gevallen al mogelijk om digitaal te procederen. In het bestuursrecht worden enkele procedures deels digitaal gevoerd. Verder functioneert sinds 2013 de zogenaamde eKantonrechter, waarbij partijen samen mogen kiezen voor de digitale procedure bij deze eKantonrechter. Interessant en niet zo bekend is dat partijen vrijwel al hun civiele geschillen op die wijze aan de eKantonrechter kunnen voorleggen, ook al overschrijdt de waarde van het geschil het bedrag van € 25.000 (de ‘kantonrechtersgrens’). Kiezen voor deze procedure impliceert wel afstand van hoger beroep (zie ook ons eerdere bericht hieronder ‘Procederen duur en risicovol?‘). De hele procedure wordt digitaal gevoerd, waarbij alleen de zitting in persoon plaats kan vinden.
In de toekomst wordt digitaal in vrijwel alle procedures uitgangspunt. Partijen krijgen dan toegang tot een online platform waarop zij de ontwikkelingen in hun zaak kunnen volgen. Het uitbrengen van een dagvaarding door een deurwaarder is dan niet meer nodig. Wanneer de wederpartij niet verschijnt kan het echter wel noodzakelijk zijn om de ‘procesinleiding’ (de toekomstige dagvaarding) door de deurwaarder te laten betekenen, om zo een verstekvonnis te verkrijgen. De ondertekening van stukken en van het vonnis zal ook digitaal gaan en via een online agenda prikt de griffie een datum voor de zitting. In 2019 moet de rechtspraak volledig overgestapt zijn op het digitaal procederen.[11.12.2015]

Is hennepteelt nog wel strafbaar? In de rechtspraak over softdrugs is een tendens zichtbaar: de rechter veroordeelt een verdachte voor het illegaal aanwezig hebben van hennep, maar legt daarbij geen straf of maatregel op. De verdachte krijgt een ‘rechterlijk pardon’ artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Onlangs behandelde het hof Den Bosch een zaak waarbij een coffeeshophouder meer dan de toegestane hoeveelheid hennep in zijn auto aanwezig had en ongeveer twaalf kilo softdrugs opgeslagen had in een bedrijfshal. Hoewel de verdachte vanaf het begin toegaf dat hij de strafbare feiten had gepleegd, vond het gerechtshof dat hij daarvoor geen straf verdiende. De rechter heeft die bevoegdheid wanneer hij vindt dat de zaak zich daarvoor leent.
Rechters lopen vaker tegen de toch wat hypocriete ‘achterdeurproblematiek’ aan: de overheid laat de verkoop van softdrugs toe, maar het verbouwen van wiet en het leveren ervan aan de coffeeshops is strafbaar. Daarnaast mag er relatief gezien maar een hele kleine hoeveelheid softdrugs aanwezig zijn in een coffeeshop, terwijl er op een dag veel meer dan die hoeveelheid verkocht wordt. Dat weet toch iedereen. Hoe kan dit strafbaar blijven?
Niet alleen het gerechtshof in Den Bosch vindt blijkbaar dat het tijd is voor verandering. De rechtbank Amsterdam, rechtbank Noord-Nederland en rechtbank Midden-Nederland hebben niet al te lang geleden soortgelijke uitspraken gedaan. Het begint er dan ook steeds meer op te lijken dat de rechtspraak de Nederlandse overheid oproept om een einde te maken aan het dubbelzinnige softdrugsbeleid.
In de zaken waarbij de rechter oordeelde dat de verdachte schuldig was aan het aanwezig hebben of vervoeren van softdrugs, maar waarbij de rechter geen straf oplegde, bleek het van belang te zijn dat de verdachten een nette en eerlijke handel dreven. Zo betaalden de verdachten belasting en elektriciteit en was er geen overlast. Ook lijken rechters mee te wegen dat niet al te veel softdrugs gevonden wordt: het moet duidelijk blijken dat de softdrugs alleen bestemd zijn voor het bevoorraden van de coffeeshops en niet voor – bijvoorbeeld – de export naar het buitenland.
Dus: hennepteelt is strafbaar, je kunt er voor veroordeeld worden, maar strafoplegging zelf wil nog wel eens uitblijven. De rechters geven een signaal, het is nu aan de wetgever om aan strafbaarheid een einde te maken en de hennepteelt te gaan reguleren. [11.12.2015]

Anonieme getuige in strafprocedures. Op dit moment wordt de spraakmakende strafzaak tegen Willem Holleeder gevoerd in de rechtbank Amsterdam. Een belangrijke speler in deze zaak is getuige ‘Q5’, een anonieme getuige. In Nederland wordt steeds vaker en in verschillende mate door het openbaar ministerie gebruik gemaakt van anonieme getuigen. Dit varieert van het anonimiseren van processen-verbaal van getuigenverhoren tot het daadwerkelijk vermommen van getuigen tijdens de zitting. Anonieme getuigen kunnen een belemmering voor de verdediging van de verdachte vormen, omdat zij niet altijd even kritisch beoordeeld kunnen worden. Daarom zijn er door onder andere het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beperkingen gesteld aan het gebruik van anonieme getuigen in het strafproces. In zijn strafzaak heeft Holleeder verzocht om bekendmaking van diens identiteit. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Kan een getuige in een strafzaak altijd verzekerd blijven van anonimiteit? Neen.
Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is het uitgangspunt dat verdachten de gelegenheid moeten krijgen om getuigen te ondervragen. De belangen van de verdachte moeten hierbij afgewogen worden tegen het belang van de getuige om anoniem te blijven. De rechter moet toetsen en motiveren of het inderdaad noodzakelijk is dat een getuige anoniem blijft. Daarnaast moeten compensaties aan de verdachte geboden worden wanneer een getuige anoniem blijft; denk bijvoorbeeld aan het schriftelijk ondervragen van de getuigen. Tot slot mag een veroordeling van een verdachte niet uitsluitend of in beslissende mate gebaseerd zijn op een anonieme getuigenverklaring. Het is in dit soort zaken voor het openbaar ministerie dus van nog groter belang dat er voldoende steunbewijs is.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft al meerdere malen geoordeeld dat de Nederlandse staat te ver ging bij het gebruik van anonieme getuigen. Het is dan ook zeker niet overbodig om een goed juridisch onderbouwd verweer te voeren bij het gebruik van anonieme getuigen.
Heeft u een vragen over een lopende strafzaak of het gebruik van getuigen in het strafproces? Kom dan eens langs op ons spreekuur of neem vrijblijvend contact met ons op.

Gunstige regels voor koop op afstand. Sinds juni 2014 gelden nieuwe regels over de koop op afstand. Van koop op afstand de koop via internet, telefoon of zelfs via aanbieders op straat. Bij een dergelijke koop op afstand heeft u als consument extra rechten, méér dan bij de ‘gewone’ koop in een winkel. De meest opvallende is de wettelijke bedenktermijn van veertien dagen. Bij normale koopovereenkomsten geldt dat u daar niet zomaar meer vanaf kunt komen; als u iets terug mag brengen dan is dat een extraatje van de verkoper naar de klant. Bij een koop op afstand heeft u dat als recht.
De bedenktermijn begint te lopen op het moment dat u het product ontvangt. Na ontvangst kunt u binnen veertien dagen zonder verdere opgaaf van reden de koopovereenkomst ontbinden. Bovendien heeft de verkoper een zeer vergaande informatieplicht. Zo moet hij u duidelijk en voorafgaand aan de koop informeren over uw recht op de bedenktermijn en de manier waarop u gebruik kunt maken van de bedenktermijn. Ook moet hij een voorbeeldformulier op de website beschikbaar stellen dat gebruikt kan worden om een beroep te doen op de bedenktermijn. Komt de verkoper een van zijn verplichtingen niet na, dan heeft u automatisch een wettelijke bedenktermijn van maximaal één jaar. Ook moet de verkoper u vooraf informeren over de retourkosten die voor uw rekening komen. Doet hij dit niet, dan hoeft u ook die kosten niet te betalen.
Mocht de Sint of kerstman dit jaar dus een verkeerd cadeau via internet uitgezocht hebben, dan mag u dat bijna altijd nog terug geven. Houdt er wel rekening mee dat bepaalde producten en diensten uitgezonderd zijn van deze regeling, bijvoorbeeld vakanties of niet verzegelde cd’s.
Heeft u een consumentenkoop op afstand gesloten waar u toch van af wil zien, maar twijfelt u of is voldaan aan de voorwaarden? Kom dan eens langs op ons spreekuur of neem vrijblijvend contact met ons op.

Aanzegplicht bij tijdelijke contracten. Door de nieuwe wet Wet Werk en Zekerheid is het arbeidsrecht flink op de schop genomen. Een van de vele veranderingen betreft de aanzegplicht.
Sinds 1 januari van dit jaar moet werkgever de werknemer uiterlijk één maand voordat het tijdelijke contract (het gaat hierbij om contracten van zes maanden of langer) afloopt informeren of hij het contract met de werknemer wenst voort te zetten of niet en indien hij het wenst voor te zetten onder welke arbeidsvoorwaarden. Indien de werkgever dit vergeet of deze aanzegging te laat doet dan is de werkgever een vergoeding aan werknemer verschuldigd. De werkgever die de aanzegplicht helemaal niet nakomt moet aan de werknemer een vergoeding ter hoogte van één maandloon betalen. Doet werkgever de aanzegging te laat dan is hij een vergoeding naar rato verschuldigd. Indien werkgever niet tot betaling van de aanzegvergoeding overgaat dan moet werknemer wel binnen twee maanden na het einde van het arbeidscontract een verzoekschrift bij de kantonrechter indienen.
De eerste procedures zijn inmiddels een feit (ECLI:NL:RBROT:2015:3883 en ECLI:NL:RBNNE:2015:2325). Op 5 juni 2015 oordeelde de kantonrechter in Rotterdam dat de werkgever aan de werknemer een aanzegvergoeding verschuldigd is. Werkgever stelde in deze zaak dat er een schriftelijke aanzegging was verstuurd, maar werknemer ontkende dat zij ooit een brief met aanzegging ontving. De kantonrechter oordeelde dat de aanzegging schriftelijk moet geschieden en dat werkgever moet bewijzen dat de werknemer de schriftelijke aanzegging ontving. Een mondelinge aanzegging is niet voldoende, zelfs niet wanneer werknemer de aanzegging erkent. Heeft u een tijdelijk contract van zes maanden of langer dat afloopt en denkt u in aanmerking te komen voor een aanzegvergoeding of denkt u dat werkgever niet aan de voorwaarden van de aanzegplicht voldeed, neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Ontslag op staande voet door uitlatingen op social media? Het ongebreideld gebruik van social media (zoals Facebook, Twitter en Linkedin) is steeds vaker reden voor ontslag op staande voet. Vaak zijn werknemers én werkgevers zich daar niet van bewust. Niet ieder gebruik van social media kan reden zijn voor ontslag op staande voet, maar wel dat gebruik dat ook in het ‘normale niet-digitale leven’ onaanvaardbaar zou zijn. Allereerst kan het overmatig gebruik van social media onder werktijd, waardoor de werkzaamheden er onder lijden, reden zijn voor ontslag op staande voet. Ten tweede kan ook de inhoud van de berichten die de werknemer plaatst reden zijn voor ontslag op staande voet. Een werkneemster van een zorginstelling die beelden van een cliënte op internet had geplaatst werd op staande voet ontslagen. Maar ook het bespotten van collega’s of de werkgever via social media kan natuurlijk niet door de beugel. De werknemer die zich ziek heeft gemeld en vervolgens een terrasje gaat pakken, kan zich beter twee keer bedenken welke berichten hij daarover plaatst op Facebook. Ontslagen in deze gevallen zijn geen verrassingen: deze ontslagen zouden ook in het niet-digitale leven zijn gevallen.
Wat zijn nu de verplichtingen van de werkgever en de rechten van de werknemer bij een (dreigend) ontslag op staande voet na een dergelijk ongeoorloofd gebruik van social media? De werkgever dient vooraf de werknemer te hebben gewaarschuwd dat het ongeoorloofd gebruik van social media ongepast en onaanvaardbaar is, en dat een sanctie, zoals ontslag op staande voet, bij overtreding kan volgen. Voor ontslag op staande voet dient de werkgever een dringende reden te hebben, een reden waardoor voortbestaan van de arbeidsovereenkomst onaanvaardbaar is. Cruciaal is dat de werkgever bij een voorgenomen ontslag zorgvuldig handelt – en bijvoorbeeld de werknemer vooraf hoort – en gemotiveerd onderbouwt waarom er sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. De werkgever moet rekening houden met de belangen van de werknemer. De werkgever moet ook direct optreden. Het ontslag moet direct na het bewuste incident of de verwijtbare gedraging aan de werknemer worden medegedeeld. De werkgever mag wel eerst advies inwinnen, maar als duidelijk is dat ontslag op staande voet kan worden gegeven, dan moet niet worden gedraald. Ten slotte moet het ontslag op staande voet en de daaraan ten grondslag liggende redenen klip en klaar schriftelijk aan de werknemer worden uitgelegd. Zoiets luistert erg nauw. De werknemer heeft natuurlijk rechten waar de werkgever rekening mee moet houden. Denk aan het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Een werkgever mag niet zomaar alle informatie over zijn werknemers opvragen. Een werknemer kan op social media vaak zelf instellen welke persoonlijke informatie openbaar toegankelijk is voor derden en welke privé is. Wil de werknemer toch zijn ongenoegen – ten aanzien van een collega en/of de werkgever- uiten en tevens zijn baan behouden, dan doet hij er goed aan om dit op een professionele manier aan te pakken. Een werknemer moet zich ervan bewust zijn dat hij tijdens een dreigend ontslag niet zomaar een beëindigingsovereenkomst dient te ondertekenen. Een gevolg hiervan kan zijn dat de werknemer met ondertekening mogelijk instemt met het gegeven ontslag, terwijl de werknemer nu juist het dreigend ontslag dient aan te vechten. Een ontslag op staande voet heeft immers enorme consequenties: niet alleen stopt de loondoorbetaling, ook kan de werknemer geen aanspraak maken op een uitkering van het UWV, omdat hij bij een dergelijk ontslag ‘verwijtbaar werkeloos is’. Indien de werknemer het niet eens is met het ontslag dan moet hij direct in actie komen. Voor vragen over een voorgenomen of dreigend ontslag kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.

Bent u slachtoffer, maar wordt de verdachte niet vervolgd? U bent slachtoffer van een strafbaar feit, u deed aangifte en de verdachte is bekend. Het kan dan zomaar gebeuren dat u een brief van de officier van justitie thuis krijgt waarin staat dat de officier van justitie de zaak ‘seponeert’. Dat betekent dat de officier de verdachte niet zal vervolgen. De officier kan daar verschillende redenen voor hebben: hij vindt dat er geen sprake is van een strafbaar feit, het feit speelde zich in een te beperkte kring af (familiekring) of er is te weinig wettig en/of overtuigend bewijs. Voor u, als slachtoffer, kan dit bericht zwaar vallen. U wilt immers dat degene die een strafbaar feit tegen u pleegde daar zijn straf voor krijgt. Indien u het dan ook niet eens bent met het besluit van de officier van justitie dan kunt u daartegen een zogenaamde artikel 12 Sv-procedure voeren bij het gerechtshof. Er moet dan een klaagschrift worden ingediend bij het gerechtshof: u beklaagt zich over het ‘sepotbesluit’ van de officier van justitie en legt uit waarom de officier wél de verdachte moet vervolgen. De rechters van het gerechtshof buigen zich over de zaak en zullen na bestudering van het procesdossier, na het horen van uw verhaal en dat van de verdachte beslissen of de officier van justitie alsnog de strafvervolging in gang moet zetten en de verdachte voor de strafrechter moet brengen.
Kortom: u hoeft zich dus bij de sepotbeslissing van de officier niet neer te leggen Het aantal klaagschriften neemt flink toe. Mensen proberen steeds vaker vervolging via deze weg af te dwingen, vaak ook in gevallen van politiegeweld: Mensen proberen vaker zelf vervolging af te dwingen. Ons kantoor heeft meerdere artikel 12 Sv-procedures gevoerd. U kunt dan ook vrijblijvend contact met ons opnemen.

Winkelverbod, mag dat? Winkels maken de laatste tijd steeds vaker gebruik van collectieve verblijfsontzeggingen, waarmee zij ongewenste personen uit hun winkel willen weren. Zij laten personen die bijvoorbeeld een diefstal hebben gepleegd of overlast hebben veroorzaakt een verklaring tekenen waarmee hen de toegang tot (vaak meerdere) winkels wordt ontzegd. Als personen zich ondanks deze ontzegging toch toegang verschaffen tot de betreffende winkels wordt de politie op de hoogte gesteld. De grondslag voor deze collectieve verblijfsontzegging is art. 138 Sr waarin huisvredebreuk geregeld is. Nu rijst de vraag of een winkel ook onder de bepaling van huisvredebreuk valt en wat de waarde is van deze collectieve verblijfsontzeggingen.
Huisvredebreuk is het wederrechtelijk binnendringen in een woning, besloten erf of besloten lokaal of het daar wederrechtelijk vertoeven en zich niet verwijderen nadat de rechthebbende hierom verzoekt. Of een winkel onder deze bepaling valt hangt af van de vraag of een winkel gezien kan worden als een ‘besloten lokaal’ als in art. 138 Sr. In literatuur en rechtspraak lijkt algemeen aanvaard te worden dat een winkel valt onder een besloten lokaal (zie bijv.: Hof Amsterdam 9 mei 2015, ECLI:NL:GHAMS:2014:2127).
Als een persoon een collectieve verblijfsontzegging heeft getekend, staat hiermee in beginsel vast dat hij zich schuldig maakt aan huisvredebreuk wanneer hij een winkel betreedt die is genoemd in de collectieve verblijfsontzegging. De persoon is dan namelijk wederrechtelijk binnengedrongen in een besloten lokaal, zijnde de winkel.
De collectieve verblijfsontzeggingen kunnen voor winkels een waardevol instrument zijn bij de bestrijding van winkeldieven of onrustzaaiers. Er zijn echter ook kanttekeningen te plaatsen bij de juridische status van deze ontzeggingen. Op 8 januari 2010 werden er bij de rechtbank Almelo al enkele praktische en fundamentele vragen gesteld met betrekking tot collectieve verblijfsontzeggingen (ECLI:NL:RBALM:2010:BK8911). Een van die vragen betreft de verwerking van persoonsgegevens. Hoe zit het met de wijze waarop andere aangesloten winkels op de hoogte gebracht worden van de oplegging van een verblijfsontzegging aan een persoon? Worden deze gegevens ergens geregistreerd en zo ja, is deze registratie in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens? Hoe moet een persoon bovendien op de hoogte zijn van de aansluiting van een winkel bij het collectief verbod? Deze vragen dienen te allen tijde in ogenschouw genomen te worden, aangezien anders het gevaar bestaat dat winkels voor eigen rechter gaan spelen. En dat kan niet de bedoeling zijn. Het is winkels kortom toegestaan een collectieve verblijfsontzegging op te leggen aan een persoon onder bepaalde voorwaarden. Als deze persoon zich vervolgens begeeft in één van de aangesloten winkels pleegt hij huisvredebreuk en kan hij hiervoor vervolgd worden. Kenbaarheid van een collectief verbod en registratie van persoonlijke gegevens van personen dienen echter te worden meegewogen wanneer het tot een vervolging komt. Het is dus niet gezegd dat het overtreden van een collectieve verblijfsontzegging daadwerkelijk tot een veroordeling zal leiden, gelet op de haken en ogen die er aan deze constructie kleven.

Mag ook op vakantiegeld beslag worden gelegd? Als de deurwaarder of belastingdienst onverhoopt beslag legt op uw inkomen, dan houdt u recht op een deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. Dat deel van uw inkomen is de zogenaamde beslagvrije voet. De beslagvrije voet is bedoeld voor de betaling van vaste lasten en levensonderhoud. Het kan voorkomen dat de beslagvrije voet is vastgesteld op een bedrag hoger dan uw inkomen, bijvoorbeeld wanneer u hoge vaste lasten heeft. In dat geval kunt u niets afdragen aan de deurwaarder.
Maar hoe zit dat nu met vakantiegeld? Vakantiegeld wordt meestal eenmaal per jaar uitbetaald, in de maand mei. Voor u heeft dit tot gevolg dat uw inkomen in mei mogelijk hoger zal zijn dan de vastgestelde beslagvrije voet. Mag daar dan wel of geen beslag op worden gelegd?
In de praktijk leggen deurwaarders vaak beslag op het vakantiegeld, wat natuurlijk tot de nodige discussies heeft geleid. De uitspraak van de Hoge Raad op 31 oktober 2014 maakt een einde aan de discussies en geeft antwoord op de vraag of deurwaarders altijd beslag mogen leggen op het vakantiegeld.
Samengevat oordeelt de Hoge Raad dat in de gevallen waarin uw maandelijkse inkomen hoger is dan de vastgestelde beslagvrije voet, de deurwaarder beslag mag leggen op het jaarlijks uitbetaalde vakantiegeld. Is uw maandelijkse inkomen lager dan de vastgestelde beslagvrije voet dan mag de deurwaarder niet zonder meer beslag leggen op uw vakantiegeld. De deurwaarder dient uit te rekenen welk deel van het vakantiegeld vatbaar is voor beslag en welk deel niet. Is uw maandelijks inkomen lager dan de vastgestelde beslagvrije voet dan mag de deurwaarder in ieder geval geen beslag leggen op uw gehele vakantiegeld. Wilt u meer weten over de beslagvrije voet of wilt weten of u mogelijk teveel afdraagt aan de deurwaarder, dan kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.

Gelukkig nieuwjaar! Elke jaarwisseling zijn ze er weer: slachtoffers door het afsteken van vuurwerk. Bij het afsteken van vuurwerk gaat regelmatig wat mis. Meestal komt dit door eigen roekeloos gedrag, maar u kunt ook slachtoffer worden door het vuurwerk van een ander of door ondeugdelijk vuurwerk. Wat nu als u dit overkomt? Kunt u dan iemand aansprakelijk stellen?
Indien er sprake is van ondeugdelijk vuurwerk - het vuurwerk komt bijvoorbeeld door een fabricagefout te vroeg tot ontploffing - dan is de leverancier van het vuurwerk aansprakelijk voor de schade die door het gebrek aan het vuurwerk is veroorzaakt. Het is verstandig om direct voldoende bewijs te verzamelen. U kunt de namen van getuigen noteren, foto’s maken en de restanten van het vuurwerk bewaren.
Indien u slachtoffer wordt door het afsteken van vuurwerk door een ander dan kan het zijn dat de afsteker van het vuurwerk aansprakelijk is voor uw schade. Indien u naar buiten gaat om naar het vuurwerk te kijken dan neemt u een bepaald risico. De afsteker is dan ook niet automatisch aansprakelijk voor uw schade. De afsteker van het vuurwerk is pas aansprakelijk wanneer hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Van onzorgvuldig handelen is bijvoorbeeld sprake wanneer hij de gebruiksaanwijzing niet goed opvolgde, hij een vuurwerkbom maakte, hij illegaal vuurwerk afstak of wanneer hij het vuurwerk te dicht op of bewust in de richting van omstanders afstak. In die gevallen heeft de afsteker van het vuurwerk onrechtmatig gehandeld en is hij aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeit. Ook dan is het zaak om direct zo veel mogelijk bewijs te verzamelen.
Salvador Ingelse Advocaten wenst u in ieder geval een rustige en veilige jaarwisseling.

Wat verandert er per 1 januari 2015 in het arbeidsrecht? De nieuwe wet Wet Werk en Zekerheid verandert het arbeids- en ontslagrecht. Een aantal van de wijzigingen gaat al per 1 januari 2015 in. Deze wijzigingen hebben betrekking op arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd (tijdelijke arbeidscontracten). Het gaat om de volgende belangrijke wijzigingen:
- Bij tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer moet de werkgever minimaal één maand voor afloop van het contract de werknemer schriftelijk informeren of het contract wordt verlengd of niet en onder welke voorwaarden het contract eventueel wordt verlengd (aanzegtermijn). Wanneer de werkgever dit nalaat betekent dat niet dat het contract doorloopt, het contract eindigt nog steeds op de afgesproken datum. Wel moet werkgever een vergoeding aan de werknemer betalen ter hoogte van één bruto maandsalaris. Indien de werkgever de werknemer te laat informeert dan moet hij een vergoeding betalen voor de resterende duur van de maand naar rato. De werknemer moet wel binnen twee maanden na het einde van het arbeidscontract aanspraak maken op deze vergoeding. Overigens geldt dit nog niet voor contracten die eindigen vóór 1 februari 2015.
- Er mag geen proeftijd meer worden afgesproken bij tijdelijke arbeidscontracten met een looptijd van zes maanden of korter.
- Er mag geen concurrentiebeding meer worden opgenomen in tijdelijke arbeidscontracten. Hierop is een uitzondering. Een concurrentiebeding mag nog wel worden opgenomen wanneer de werkgever gemotiveerd kan aantonen dat een concurrentiebeding noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen. Het zwaarwegend belang moet liggen in de aard van de functie.
Krijgt u te maken met een van deze wijzigingen? Heeft u daar vragen over? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wat zijn uw rechten wanneer uw werkgever het loon te laat uitbetaalt? Uw werkgever is verplicht het loon op de afgesproken datum uit te betalen. Gebeurt dit niet, dan heeft de werkgever drie dagen om het loon alsnog over te maken. Betaalt uw werkgever niet binnen deze drie dagen, dan heeft u recht op verhoging van het loon wegens vertraging. Dit wordt ook wel wettelijke verhoging genoemd. De wettelijke verhoging bedraagt van de vierde tot en met achtste dag dat het loon te laat is 5% per dag en 1% over iedere volgende dag dat het loon te laat is. De maximale verhoging mag niet meer bedragen dan 50% van het loon en wordt berekend over uw brutoloon. De verhoging moet ook betaald worden over te laat betaalde vakantiebijslag en provisie of niet genoten vakantiedagen. Komt het tot een procedure, dan kan de rechter deze wettelijke verhoging matigen. U heeft geen recht op de wettelijke verhoging wanneer het de werkgever niet aangerekend kan worden dat hij het loon te laat betaalt, er is dan sprake van overmacht. Financiële problemen vallen niet onder overmacht.
Wat moet u nu doen als uw werkgever uw loon niet op tijd betaalt? U stuurt een aangetekende brief of een e-mail aan uw werkgever waarin u het nog niet betaalde loon vordert, eventueel al met de wettelijke verhoging wegens te laat betalen. Gaat uw werkgever ook dan nog niet over tot betaling van uw loon dan kan er een procedure worden gestart om het loon, wettelijke verhoging en wettelijke rente van uw werkgever te vorderen.
Wij kunnen deze procedure namens u voeren. Neem daarvoor contact met ons op.

Recht op compensatie bij vertraagde vlucht? Het kan u zomaar overkomen deze vakantie. Uw vlucht heeft vertraging, waardoor u (veel) later dan gepland op uw bestemming aankomt. Heel vervelend, maar mogelijk heeft u recht op compensatie. Op grond van Europese regelgeving zijn luchtvaartmaatschappijen verplicht om in bepaalde gevallen compensatie aan te bieden bij vertraging van de vlucht. Het moet dan wel gaan om een vlucht die vertrekt vanuit of aankomt in een van de lidstaten van de Europese Unie (EU). Op welk bedrag u recht heeft, is afhankelijk van de duur van de vertraging en de afstand van de vlucht. Indien het gaat om een vlucht van korter dan 1500 kilometer en uw vlucht heeft meer dan twee uur vertraging dan heeft u recht op verzorging: eten en drinken en twee gratis telefoongesprekken, faxberichten of e-mails. Kan de vlucht pas een dag later vertrekken dan heeft u ook recht op een gratis hotelovernachting en vervoer van en naar het hotel. Gaat het om een vlucht met een afstand van 1500 tot 3500 kilometer dan heeft u recht op verzorging bij een vertraging van meer dan drie uur en bij vluchten van meer dan 3500 kilometer bij een vertraging van vier uur. Heeft uw vlucht meer dan vijf uur vertraging dan mag u weigeren om met de vlucht mee te gaan en heeft u recht op volledige terugbetaling van uw vliegticket. Wanneer u door de vertraging meer dan drie uur later op uw eindbestemming aankomt, dan heeft u naast verzorging ook recht op een compensatie ter hoogte van:
- € 250 bij alle vluchten met een vluchtafstand tot 1500 kilometer;
- € 400 bij alle vluchten binnen de EU met een vluchtafstand van meer dan 1500 kilometer en bij vluchten van of naar een land buiten de EU met een vluchtafstand van 1500 tot 3500 kilometer;
- € 600 bij een vlucht van of naar een land buiten de EU, een vluchtafstand van meer dan 3500 kilometer en een vertraging van meer dan vier uur. Bij minder dan vier uur, krijgt u € 300.
Een luchtvaartmaatschappij hoeft echter geen compensatie uit te betalen wanneer de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zoals extreem weer, staking van luchtvaartpersoneel of oorlog in het gebied van bestemming. Wel heeft u dan recht op verzorging. Hoewel luchtvaartmaatschappijen verplicht zijn minimaal deze vormen van compensatie aan te bieden, gebeurt dit niet altijd.
Had uw vlucht vertraging en meent u recht te hebben op compensatie? Neem dan contact met ons op.

Make your claim in forum paradise: The Netherlands. Do you want legal action against your debtor, and you don’t know where he is? Is your only clue – for example - the debtor’s bank account in The Netherlands? This provides a great starting point for recovery and legal action, even if you are not living or even if your company is not established in The Netherlands, wherever the debtor might be. As compared to other countries, the Dutch judge gives fairly easy permission to make pre-trial attachments on assets, real-estate, bank balances and the like. Also a garnishee order (in order to attach any claims that your debtor may have on other parties) may fairly easily be obtained. In principle, the judge won't hear the debtor in advance in this procedure. Therefore, the debtor can be surprised by seizure and doesn’t have any time to move assets to another country. The permission to make such attachments also establishes the jurisdiction of the Dutch court to deal with the claim in substance. Jurisdiction is established, even when the Dutch judge previously gave permission to seize an ordinary object such as an umbrella of the debtor (e.g. while on transfer at Schiphol Amsterdam Airport). Once the judge has granted your claim in substance, you can use the seizure to collect what is yours.
‘Foreigner’s seizure’ or ‘saisie foraine’ has proven to be very successful in our practice. Contact us.

Vogel gevlogen? Toch procederen? U heeft een vordering op uw wederpartij, maar hij is gevlogen en u weet niet waar hij is? Uw enige aanknopingspunt is – bijvoorbeeld - een bankrekening van de schuldenaar in Nederland? Dat biedt voor u, waar op de wereld u zich ook bevindt, een prima aanknopingspunt voor verhaal op uw schuldenaar, waar op de wereld deze zich ook maar bevindt. De Nederlandse rechter geeft namelijk relatief makkelijk verlof om beslag te leggen op vermogen, banktegoeden en vorderingen (op derden) van uw schuldenaar, voor zover dat vermogen, die banktegoeden of die vorderingen onder de Nederlandse rechtsmacht vallen. In beginsel hoort de rechter voor zo’n verlof niet eerst de schuldenaar. De schuldenaar kan dus door een dergelijk ‘vreemdelingenbeslag’ (‘saisie foraine’) worden verrast en verhaal voor uw vordering is veilig gesteld. Vervolgens biedt dat eenmaal gegeven verlof voor dat vreemdelingenbeslag precies het aanknopingspunt voor de rechter om ook de vordering ten gronde voor u te behandelen: het verlof tot vreemdelingenbeslag schept namelijk al de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, zelfs als dat beslag op de paraplu van uw schuldenaar zou zijn gelegd, tijdens zijn overstap op Schiphol Amsterdam, en zelfs al zou dat beslag geen doel hebben getroffen. Kent de Nederlandse rechter uw vordering toe, dan kunt u incasseren met het eerder gelegde beslag.
Op deze manier boekten wij diverse successen. Vogel gevlogen? Toch procederen? Neem dan contact met ons op.

Heeft u 'bemiddelingskosten' voldaan bij het aangaan van uw huurovereenkomst? De kans is groot dat u deze kosten niet had hoeven te voldoen. U kunt ze terug krijgen. Onder de term 'bemiddelingskosten' ('afsluitprovisie', 'sleutelgeld' en dergelijke) voeren bemiddelingskantoren – vaak ook makelaars - een bedrag op voor de hulp bij het huren of verhuren van een woning. Die bemiddelingskosten bedragen vaak een hele maandhuur. De huurder is niet altijd verplicht om deze te voldoen. U bent die alleen verschuldigd indien u de bemiddelaar zelf inschakelde om een woning voor u te vinden. Heeft u de bemiddelaar niet zelf ingeschakeld en alleen maar gereageerd op een woning die hij al 'op de plank' had liggen, dan hoeft u geen bemiddelingskosten te voldoen, zelfs niet indien het betalen ervan zwart-op-wit in het contract staat! De verhuurder heeft in dat geval namelijk de bemiddelaar in de arm genomen. Als u dergelijke kosten voldoet, dan is er sprake van een onredelijk verkregen voordeel voor het bemiddelingskantoor. Zo ziet de wet dat ook en die komt u te hulp: u kunt de nietigheid inroepen van de afspraak over die bemiddelingskosten en daarmee het geld terug vorderen. Dat kan tot vijf jaar na betaling. Wij helpen u daar graag bij. Neem contact met ons op.

Minder ontslag op staande voet, maar wat als het u toch overkomt? In deze onzekere tijden is een daling van het aantal gevallen van ontslag op staande voet zichtbaar. Werknemers worden voorzichtiger, zoals blijkt uit dit krantenartikel. Welke stappen moet u nemen als u op staande voet ontslagen wordt? Bij een ontslag op staande voet eindigt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang, maar een werkgever kan u niet zomaar op staande voet ontslaan. Er moet sprake zijn van 'een dringende reden', bijvoorbeeld diefstal, verduistering of grove belediging. Uw werkgever moet die dringende reden aan u mededelen en hij moet het ontslag direct na het incident geven.
Indien u op staande voet ontslagen bent, moet u onmiddellijk een (aangetekende) brief aan uw werkgever schrijven dat u het niet eens bent met het ontslag en dat u bereid bent weer aan het werk te gaan. Ook moet u uw werkgever verzoeken om uw loon door te betalen. De gevolgen van een ontslag op staande voet zijn groot. Indien u het ontslag niet aanvecht, zult u geen uitkering van het UWV ontvangen.
Vaak proberen werkgevers u een vaststellingsovereenkomst te laten tekenen. Dit is een overeenkomst waarin staat dat de arbeidsovereenkomst met goedvinden van u en uw werkgever wordt beëindigd. Er volgt dan geen ontslag op staande voet. In deze vaststellingsovereenkomst worden de afspraken over het ontslag vastgelegd. Tekent u nooit zonder eerst juridisch advies in te winnen! Een vaststellingsovereenkomst is zelden in uw belang en na ondertekening blijft de kans groot dat u alsnog geen uitkering van het UWV ontvangt.
Het is van belang om bij (dreigend) ontslag zo snel mogelijk juridisch advies in te winnen en het ontslag op staande voet aan te vechten. Bent u op staande voet ontslagen of dreigt een ontslag? Dan kunnen wij u bijstaan. Neem contact met ons op voor een eerste gratis gesprek of komt u langs op ons gratis inloopspreekuur op dinsdag van 17 tot 19 uur.

Procederen duur en risicovol? Dat valt wel mee. Heeft u een bedrag te vorderen van meer dan € 25.000 of heeft u een vordering van onbepaalde waarde? Dan zult u uw geschil aan de civiele rechter moeten voorleggen. De griffierechten in zo'n civiele procedure zijn erg hoog, beginnend bij € 77, oplopend tot € 3.829. De hoogte van het griffierecht is onder meer afhankelijk inkomen en vermogen en van de hoogte van de hoofdsom. Niet alleen de eiser - degene die de procedure start - maar ook de gedaagde - degene die gedagvaard wordt - moet griffierecht betalen. Dus ook als u zelf geen procedure start, maar ongewild in een procedure betrokken raakt, moet u bij een procedure voor de civiele rechter griffierecht betalen. Hoe hoog de griffierechten in uw geval zijn kunt u lezen op de site van de rechtspraak.
U en uw wederpartij hebben een geschil en zijn het over veel niet eens, maar waarschijnlijk kunt u het wel met uw wederpartij eens worden over de keuze voor een goedkopere wijze om het geschil te beslechten. U kunt samen met uw wederpartij afspreken om te kiezen voor: de kantonrechter! Sneller, goedkoper en informeler.
Hoe zit dat? Dit kan op grond van artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv): In alle zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan, kunnen zij zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen. Het geding wordt gevoerd op de wijze als door de kantonrechter bepaald. Dat mag, dat kan, maar het wordt weinig gedaan. Een voordeel is dat de griffierechten voor eiser in een procedure voor de kantonrechter een stuk lager zijn - beginnend bij € 77 - en dat de gedaagde zelfs helemaal geen griffierecht hoeft te betalen. Voor beiden partijen is dat een kostenvoordeel. Een ander voordeel is dat partijen zelf kunnen kiezen aan welke kantonrechter - dus in welke plaats - zij het geschil zullen voorleggen. Tevens verloopt een procedure bij de kantonrechter in de meeste gevallen sneller dan een civiele procedure. Partijen leggen het geschil aan de kantonrechter voor, daarna vindt er meestal een mondelinge behandeling plaats en de uitspraak zal in de meeste gevallen vier weken later volgen. Omdat de procedure sneller verloopt, zullen ook de advocaatkosten lager uitvallen en ligt het proceskostenrisico bij verlies een stuk lager. Immers, als kostenveroordeling volgt zijn er geen griffierechten voor gedaagde en de salarissen in rolzaken kanton (de kosten van advocaat-gemachtigde waarin de verliezer kan worden veroordeeld) liggen een stuk lager dan bij de sector civiel (Vergelijk staffel kosten en salarissen sector kanton met liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven). Er is ook een nadeel: de vergoeding voor de winnende partij is dus ook lager. Ten slotte is de procedure bij de kantonrechter een stuk informeler. Bij de kantonrechter kan in persoon worden geprocedeerd. Een advocaat inschakelen is dus niet vereist, maar het advies en de procesbijstand van een advocaat biedt vaak wel voordelen.
Ondanks alle voordelen wordt maar weinig gebruik gemaakt van artikel 96 Rv. Wilt u kosten besparen en denkt u dat uw zaak geschikt is om op grond van deze bepaling aan de kantonrechter voor te leggen? Dan kunnen wij u bijstaan. Neemt u vrijblijvend contact met ons op voor een eerste gratis gesprek of komt u langs op ons gratis inloopspreekuur op dinsdag van 17 tot 19 uur.